Suriname News

Ontslagen RvC Canawaima: “wij zijn nooit gehoord” en betwisten facturen

De ontslagen Raad van Commissarissen van Canawaima ontkent omstreden facturen te bezitten en zegt nooit gehoord te zijn. Rond ontslagdata en een vermeend ontbrekende ingebrekestelling is het stiller dan ooit.

De ontslagen Raad van Commissarissen (RvC) van de Canawaima Management Company stelt de gang van zaken rond recente omstreden documenten scherp ter discussie. Volgens de voormalige commissarissen is er zelfs niet voldaan aan hoor en wederhoor.

De kern van het conflict draait om facturen die onlangs in de publiciteit zijn opgedoken.. Voormalig president-commissaris Richinel Vrieze zegt met klem dat de raad nooit in het bezit is geweest van die documenten.. Ook ontkent de RvC dat het bedrijf de stukken heeft gezien, wat volgens Vrieze direct vragen oproept over waar de facturen vandaan komen en hoe ze überhaupt bij anderen terecht zijn gekomen.

Die ontkenning gaat samen met kritiek op de manier waarop de raad is buitenspel gezet.. Vrieze stelt dat het beginsel van hoor en wederhoor volledig is genegeerd.. “Er is geen ruimte geboden om gehoord te worden, ondanks dat wij de minister schriftelijk hebben benaderd.. Een reactie is uitgebleven,” aldus Vrieze.. Voor de betrokkenen voelt dat als een rode draad: niet alleen de documenten worden betwist, ook de procedure lijkt volgens hen te ontbreken waar het hoort.

In de Canawaima-kwestie is bovendien onduidelijkheid ontstaan over het lidmaatschap van commissaris Abdul Madhar.. Vrieze zegt dat Madhar per 10 februari geen deel meer uitmaakte van de raad.. Tegelijkertijd wijst hij erop dat juist diezelfde datum terugkomt in de benoeming van de raad onder leiding van Vrieze, met onder anderen Madhar en Edgar van Genderen.. Volgens Vrieze is het daardoor moeilijk te rijmen met elkaar dat iemand enerzijds al weg zou zijn en anderzijds toch bij besluiten en beraadslagingen wordt betrokken.

Madhar zou volgens Vrieze in het bezit zijn van (een deel van) een ontslagresolutie.. Daaruit zou blijken dat Fandi Bogor lid zou zijn van de RvC.. Maar volgens Vrieze draagt de raad daarvan geen kennis.. Opvallend is dat Bogor vervolgens wél is benoemd in de nieuwe RvC.. De vraag die nu boven blijft hangen, is eenvoudig maar knellend: wie wist wat, en wanneer?.

De verklaringen over formele stappen lopen volgens Vrieze verder uiteen.. Hij zegt dat de RvC nooit officieel geïnformeerd is over enig ontslag.. “Formeel is ons niets medegedeeld.. Madhar heeft deelgenomen aan de beraadslagingen en was op de hoogte van alle besluiten,” stelt hij.. Daarbij wijst hij erop dat Madhar nog steeds als bestuurslid zou staan geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken, terwijl de inschrijving van de RvC op 19 maart werd vastgelegd.. Vrieze zegt dat hij daarbij persoonlijk aanwezig was.

Naast de administratieve twist komt er ook een inhoudelijke component bovendrijven: een vermeende ingebrekestelling aan terminalmanager Lesley Daniel.. Vrieze stelt dat Madhar een ingebrekestelling mede zou hebben ondertekend, maar dat die brief nooit is overhandigd.. Volgens hem was de terminalmanager op het moment dat het zou moeten, niet op de werkplek aanwezig.

Voor de controverse rond de betwiste facturen is dat relevant, omdat het laat zien hoe verklaringen over documenten en momenten verschillen.. Als stukken wel bestaan of zijn ondertekend, maar niet zijn uitgereikt of niet zijn gezien door de raad, dan ontstaat er een gat tussen papierwerk en besluitvorming.. Dat soort gaten maakt het lastig om vast te stellen op basis waarvan precies keuzes zijn gemaakt—en wie verantwoordelijk is wanneer de administratie niet klopt.

Ondertussen probeert Vrieze ook zijn eigen rol te duiden.. Hij bevestigt dat hij tussen 13 en 29 maart 2026 op basis van een schriftelijke machtiging heeft gehandeld als waarnemend terminalmanager.. Volgens hem zou de officiële terminalmanager pas op 16 april weer op de locatie in South Drain zijn verschenen.. Daarmee wil hij voorkomen dat zijn optreden wordt neergezet als iets dat buiten een mandaat om is gebeurd.

Ook beschuldigingen over mogelijke belangenverstrengeling worden door hem van de hand gewezen.. Vrieze verwerpt dat hij via familie- of zakelijke banden verbonden zou zijn aan bedrijven die opdrachten uitvoeren voor Canawaima.. Volgens hem is daarvan geen sprake en zijn de betreffende bedrijven, voor zover hij weet, niet aan elkaar gelieerd.

De procedureel geladen strijd lijkt nu vooral te draaien om één vraag: wie heeft de documenten in omloop gebracht en op basis waarvan is er besloten?. Volgens de informatie die nu circuleert, blijft die kernvraag onbeantwoord.. Tegelijkertijd heeft het reparatiebedrijf Sardha aangifte gedaan, onder meer voor valsheid in geschrifte, omdat de rekeningen volgens hen nog niet ingediend waren.. Voor betrokken partijen betekent dat dat het niet langer alleen een interne bestuursdiscussie is, maar ook een zaak die juridisch kan doorwerken—met gevolgen voor vertrouwen, aansprakelijkheid en toekomstige samenwerking.

Intussen wordt de Canawaima-kwestie breder dan alleen ‘een meningsverschil over documenten’.. De manier waarop rond benoemingen, ontslagdata en formele communicatie met elkaar wordt geschoven, kan het draagvlak onder toezichthouders uithollen.. Zeker wanneer wie beslissingen nam of zou hebben genomen betwist wordt, wordt het voor alle partijen moeilijk om nog eenduidig te spreken over bestuurlijke rechtmatigheid.. Tot duidelijk is wat er precies is gezien, ondertekend en gedeeld—en wanneer—blijft de verwarring rond Canawaima voortduren.