Van Brzezinski tot Trump: het verval van de Amerikaanse diplomatie

Zbig, een biografie over Zbigniew Brzezinski, biedt een pijnlijk helder inzicht in de diepten waar de Amerikaanse buitenlandpolitiek onder Donald Trump in is beland. Terwijl we kijken naar het gesukkel van vicepresident JD Vance in Hongarije en Pakistan, dringt het besef door: we zijn ver verwijderd van het tijdperk van de echte ‘civil servants’. Tijdens de Koude Oorlog waren figuren als Brzezinski — academici met een scherp geopolitiek kompas — het fundament van het Witte Huis.
Brzezinski was niet zomaar een diplomaat. Als zoon van een Poolse diplomaat bracht hij een perspectief mee dat de gemiddelde Amerikaanse politicus miste. Samen met mensen als Henry Kissinger en Samuel Huntington vormde hij een generatie die de wereld niet zag als een spelletje, maar als een complex web van belangen en ideologieën. Ze begrepen de liberale democratie niet omdat ze het in boeken lazen, maar omdat ze de duisternis van de twintigste eeuw zelf hadden gevoeld. Ze maakten grote fouten, absoluut, maar ze hadden tenminste een visie. Misschien wel te veel visie, of was het toch een tikkeltje naïef?
Het contrast met de huidige garde in Washington is bijna pijnlijk. De geur van versleten boeken in de bibliotheken van Harvard en Yale maakt plaats voor de holle retorica van mensen die liever een kruistochttattoo op hun arm zetten dan een verdrag lezen. Het is een wereld waarin de minister van Defensie zichzelf ‘minister van Oorlog’ noemt. Een klein detail dat boekdelen spreekt over de mentaliteitsverandering in de ovale kamer.
Trump zelf droomt van een Nobelprijs. Hij laat zich bejubelen door legerleiders die hem vleien voor de vorm, terwijl de rest van de wereld toekijkt hoe instellingen worden afgebroken. Het is een spectaculair schouwspel, dat wel — maar structureel beter of machtiger? Dat valt nog maar te bezien. Brzezinski waarschuwde hier al voor, lang voor hij stierf. Hij zag de zwakte van Obama, die woorden met daden verwarde, maar hij zou waarschijnlijk met afschuw kijken naar wat er nu gebeurt.
De Amerikanen bestuderen geen wereldgeschiedenis, klaagde hij in 2012. En dat wreekt zich nu. Zonder kennis van de wereld kun je deze niet leiden. Misschien is het een verloren zaak, of misschien — nou ja, dat is moeilijk te zeggen. De intellectuele basis van de Amerikaanse macht is verdampt en heeft plaatsgemaakt voor een kliek die de wereld niet begrijpt, maar wel denkt te kunnen hervormen naar eigen beeld. Of zoiets.
Het is eigenlijk ironisch: ze willen grootsheid uitstralen, maar ze lijken vooral vast te zitten in hun eigen onkunde. Of ze dat zelf doorhebben? Waarschijnlijk niet. Ze wanen zich in de geschiedenisboeken, terwijl de wereld om hen heen de adem inhoudt in afwachting van wat de volgende dag aan chaos zal brengen. Zoals de professor zelf al zei: als het binnenlands faalt, heb je internationaal geen schijn van kans. Zelfs als je denkt de juiste dingen te doen.