Solidariteit begint bij iedereen: ABVV-voorzitter Engelaar over 1 mei

ABVV-voorzitter Engelaar kijkt vooruit naar 1 mei en benadrukt dat solidariteit niet voorbehouden is aan “de gangbare groep”. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen.
Solidariteit wordt op 1 mei vaak verwoord als een gedeelde keuze, maar volgens ABVV-voorzitter Engelaar begint die pas echt wanneer iedereen bijdraagt. Niet alleen wie al vanzelfsprekend opduikt in het debat.
In de aanloop naar de Dag van de Arbeid legt Engelaar de nadruk op een brede solidariteit.. De boodschap is helder: wie profiteert van een samenleving die werkt, moet ook bereid zijn om verantwoordelijkheid op te nemen.. Voor het ABVV betekent dat dat de kern van de actie niet enkel draait om rechten, maar even goed om engagement.. Solidariteit is geen slogan die je alleen ‘op dagen zoals deze’ gebruikt.
Die visie komt ook op een gevoelig moment.. Werkgevers en werknemers leven de laatste jaren met moeilijke puzzels: koopkracht die onder druk kan staan, stijgende kosten, onzekerheid over werk en de vraag hoe ver afspraken reiken wanneer de economische omstandigheden veranderen.. Juist dan klinkt de oproep om solidariteit concreet te maken.. Niet als abstract idee, maar als iets wat zichtbaar is in hoe mensen samen onderhandelen, keuzes maken en elkaar niet uit het oog verliezen.
Er is bovendien een verschil tussen solidariteit als principe en solidariteit als dagelijkse praktijk.. In gesprekken op de werkvloer gaat het vaak over kleine beslissingen: hoe zwaar de werkdruk weegt, hoe eerlijk een regeling is, wat er gebeurt wanneer het moeilijk wordt en wie de rekening betaalt.. Engelaar werpt met zijn vooruitblik de vraag op welke groepen vaak buiten beeld blijven.. Wie draagt bij aan het systeem, maar voelt zich minder aangesproken bij acties en debatten?. En wie maakt aanpassingen die anderen net ruimte geven om zich veilig te voelen?
Voor veel mensen is 1 mei een herkenbare datum, maar het is ook een moment waarop werknemers beseffen dat rechten nooit vanzelfsprekend zijn.. Daarom is de toon van Engelaar niet toevallig.. Hij zet solidariteit neer als iets dat je moet blijven oefenen: door je stem te laten horen, door te blijven vragen naar duidelijke afspraken en door niet weg te kijken wanneer ongelijkheid groeit.. Solidariteit, zo wordt de kern, is geen ‘eenrichtingsverkeer’.. Het is wederkerigheid.
Tegelijk zit er een sociale spanning achter die de afgelopen tijd vaker voelbaar werd.. In verschillende sectoren botsen verwachtingen op realiteit: plannen en budgetten worden bijgestuurd, regels veranderen, en niet iedereen ondervindt dat op dezelfde manier.. Dat maakt de boodschap “iedereen die zijn duit in het zakje doet” extra relevant.. Het gaat niet om schuld toewijzen, maar om het gevoel dat niemand mag doen alsof de bescherming van werknemers vanzelf blijft gelden, los van maatschappelijke steun en correcte bijdragen.
Wat dat betekent voor 1 mei, is vooral een manier van kijken.. Niet enkel naar de klassieke standpunten, maar ook naar de brede samenleving: solidariteit raakt aan wonen, aan gezondheid, aan onderwijs en aan hoe kansen verdeeld worden.. Wanneer Engelaar vooruitblikt met die insteek, schuift het ABVV impliciet richting een discussie over duurzaamheid van het sociaal model.. Het idee is: zonder betrokkenheid van iedereen verzwakt het draagvlak.. Met betrokkenheid wordt het sterker.
Daar ligt ook een praktisch effect.. Op momenten waarop mensen sneller verdeeld raken, helpt een duidelijke framing.. Als solidariteit gedeeld wordt, wordt het makkelijker om compromis te zien als een vorm van bescherming, niet als een verlies.. Voor wie zich nu zorgen maakt over werkzekerheid en toekomstige mogelijkheden, kan 1 mei daardoor meer zijn dan een symbolische dag.. Het kan ook aanvoelen als een startschot voor gesprekken die verder moeten dan één betoging.
De komende weken zal vooral duidelijk worden hoe die boodschap doorwerkt in acties, gesprekken en discussies rond arbeidsvoorwaarden.. Engelaar lijkt daarbij één lijn te trekken: solidariteit is pas echt wanneer het niet beperkt blijft tot een club, maar wanneer iedereen zich herkent in het idee dat rechten en plichten samen horen.. Voor sommigen zal dat als vanzelfsprekend klinken.. Voor anderen is het net de reminder dat het sociale weefsel onderhoud nodig heeft—ook van mensen die het niet altijd op de eerste rij zien.