Netherlands News

Veiligheidsgevoel na asielopvang daalt eerst, herstelt later

Onderzoek van Misryoum wijst uit dat het veiligheidsgevoel rond noodopvang eerst daalt, maar later vaak weer aantrekt.

In Loosdrecht werd de vraag luid en duidelijk gesteld: is onze veiligheid niet meer belangrijk?. Tijdens een vrouwenmars tegen de geplande noodopvang van zeventig mannelijke asielzoekers vertelden omwonenden dat het dagelijks fietsverkeer langs een opvanglocatie op den duur anders voelt.. Dit soort protesten duikt op meerdere plekken op, maar verschilt sterk in toon en intensiteit.

Wat de discussie vooral ingewikkeld maakt, is dat veel mensen vooral afgaan op gevoel en zichtbare verhalen.. Misryoum ziet dat Bureau Beke samen met collega’s, in opdracht van gemeenten, onderzoek doet naar de vraag hoeveel onveiligheid dergelijke opvang in de praktijk oplevert.. In het eerste jaar na opening daalde het veiligheidsgevoel van omwonenden, in uitgedrukte rapportcijfers van 8 of hoger naar gemiddeld 6,5.

Dit soort uitkomsten maken de discussie minder zwart-wit: ze laten zien dat er een fase kan zijn waarin zorgen domineren, maar ook dat die zorgen niet per definitie permanent zijn.

In de jaren daarna blijkt in zes onderzochte plaatsen het beeld vaak weer te kantelen.. Het veiligheidsgevoel stijgt in die periode opnieuw, tot bijna het niveau van vóór de komst van de asielzoekers.. Misryoum meldt dat in Zutphen, waar al langere tijd een azc met meer dan zevenhonderd bewoners aanwezig is, het veiligheidsgevoel in latere evaluaties uitkomt rond 7,6.

In Gelderland is vooral Druten vergelijkbaar met de situatie rond noodopvang in Loosdrecht.. Daar gaat het om noodopvang voor honderd asielzoekers, voornamelijk of uitsluitend alleenstaande mannen, die al anderhalf jaar loopt.. Uit een evaluatie van die periode komt naar voren dat omwonenden in het begin vooral overlast opmerkten, en dat het ervaren veiligheidsniveau na anderhalf jaar gemiddeld uitkomt op 6,4.

Voor omwonenden is die terugkeer naar een stabieler gevoel minstens zo relevant als het eerste jaar. Het onderstreept dat tijd, begeleiding en afspraken een rol spelen in hoe de omgeving de opvang beleeft.

De klachten in Druten betroffen in totaal zestien meldingen, waarbij meerdere signalen niet eens direct over geweld of zware incidenten gingen.. Zo kwamen er meldingen over bijvoorbeeld afleveringen die verkeerd werden bezorgd, over het geluid van een noodaggregaat en over onrust door rijden met fatbikes in de nacht.. Ook was er één specifieke bewoner die overlast veroorzaakte, waarna die persoon werd overgeplaatst.

Hoewel het algemene beeld volgens onderzoeker Jos Kuppens vaak vergelijkbaar is, zijn er volgens Misryoum wel duidelijke uitzonderingen.. In Ter Apel en Budel spelen volgens hem andere zorgen nadrukkelijker mee, waaronder winkeldiefstal en meldingen die te maken hebben met overlast in de directe omgeving.. In die context spreekt Kuppens over de rol van een groep die in het publieke beeld sterk bepalend is, waardoor het oordeel over de opvang soms sneller hard wordt.

Aan het eind draait het volgens Misryoum om een kern die in veel lokale discussies terugkomt: veiligheid gaat niet alleen over cijfers, maar ook over vertrouwen en afhandeling.. Goede communicatie en duidelijke afspraken blijken bepalend om een beheersbare situatie te krijgen, zodat meldingen serieus worden genomen en snel worden teruggekoppeld.. In Druten leidde het verlengen van de opvang, na een eerder gecommuniceerde einddatum, bovendien tot extra verontwaardiging en een toename van meldingen, wat laat zien hoe gevoelig verwachtingen zijn.