Belgium News

Pesters opsluiten na zelfdoding? ‘Strenger straffen zal pesten niet verminderen’

Vlaams minister Zuhal Demir wil vanaf 1 september strenger optreden tegen (cyber)pesters die aanzetten tot zelfdoding. Socioloog David De Coninck vreest: opsluiten lost het pestprobleem niet op.

Vanuit het parlement en de schoolbanken klinkt de vraag steeds luider: hoe stop je pesten wanneer het ontspoort tot zelfdoding? Vlaams minister Zuhal Demir wil nu harder ingrijpen.

Vanaf 1 september kunnen volwassen pesters veroordeeld worden wanneer hun gedrag aanzet tot zelfdoding.. Vlaams justitieminister Zuhal Demir wil daarbovenop de jeugdwetgeving aanpassen voor minderjarige daders.. Concreet betekent dat: een jeugdrechter zou een minderjarige pester die een slachtoffer de dood injagt in een gesloten instelling kunnen plaatsen.. De Vlaamse regering keurde haar voorstel vrijdag goed.. Het initiatief komt niet uit de lucht vallen.. Cyberpesten verdwijnt niet vanzelf, en in de meest extreme gevallen kan het zo zwaar wegen dat slachtoffers de stap naar het levenseinde zetten.

Over het aantal gevallen is onduidelijk.. Er wordt gesproken over een “dark number” door onderrapportering: niet alle slachtoffers of omgeving durven, durven niet of krijgen de juiste hulp niet snel genoeg.. Dat maakt de discussie bijzonder geladen.. Want hoe goed bedoeld de bedoeling ook is, de vraag is of strengere straf werkelijk de kern van pesten raakt—of vooral de gevolgen achteraf afdekt.

Gesloten instelling: maatregel met risico op blijvende schade

Socioloog David De Coninck, die onderzoek deed naar online pestgedrag bij jongeren, zet kanttekeningen bij de effectiviteit van opsluiting.. Hij erkent dat zelfdodingen na pestgedrag schokkende verhalen zijn, en dat minister Demir harde actie wil.. Maar volgens De Coninck is nuance nodig omdat causaliteit moeilijk hard te maken valt: je kunt niet altijd met zekerheid bewijzen dat het pestgedrag rechtstreeks tot de zelfdoding leidde.

Daar komt een tweede knelpunt bij.. Vaak zijn pesters geen anonieme “buitenstaanders”, maar vrienden of klasgenoten.. Opsluiten zet dan niet alleen een zware stap voor de pester zelf, maar raakt ook de klas- en schoolcontext.. In een school leeft de impact maandenlang voort: wie blijft achter, wie kijkt weg, wie durft nog spreken?. Wanneer de pester na opsluiting terugkomt, is veel omkadering en begeleiding nodig vanuit de school.. “De pester opsluiten, lost het probleem niet op”, stelt De Coninck.. Zijn punt is duidelijk: pesten is complexer dan een simpel verhaal van ‘straf is afschrikking’.

Waarom straffen pesten niet stopt: machtsdynamiek

De kern van De Conincks kritiek gaat verder dan procedure of juridisch kader.. Hij gelooft niet dat strengere straffen het gedrag zullen verminderen.. Pesters denken volgens hem niet door over wat hun slachtoffer echt kan meemaken, en ze verwachten niet dat iemand uit het leven kan stappen.. Als dat inzicht er al komt, gebeurt het meestal pas nadat de schade is aangericht—en dan is een straf te laat om het oorspronkelijke probleem te keren.

Wat pesten volgens De Coninck drijft, is machtsdynamiek.. Vanuit onzekerheid duwen pesters een zwakkere persoon naar beneden.. Dat gebeurt vaak op basis van een zichtbaar kenmerk—armoedige kledij, zwaarlijvigheid, of andere elementen die in een groep makkelijk te labelen zijn.. Door de ander kleiner te maken, denken pesters dat ze zelf zelfvertrouwen winnen.. De dynamiek “verblindt” hen voor de gevolgen bij de ander.. Dreigen met straffen raakt, volgens De Coninck, niet automatisch aan dat mechanisme.. De mogelijke conclusie: wie alleen sanctioneert, verandert nog niet per se hoe een groep zichzelf organiseert en hoe kinderen en jongeren macht op elkaar uitoefenen.

Wat helpt dan wél? Preventie via school en communicatie thuis

De Coninck stelt bovendien dat de Vlaamse overheid niet echt een breed antipestbeleid heeft.. Buiten acties zoals Stip-It gebeurt er volgens hem relatief weinig.. Dat klinkt streng, maar hij nuanceert ook: een stiefmoederlijk topdownbeleid zou niet werken.. Wat wél kan, is beter inzetten op wat scholen en leerkrachten al kunnen: signalen tijdig opvangen en er actief mee aan de slag gaan.

Een “goede klasdynamiek” noemt hij zelfs de beste preventie.. Dat is geen slogan, maar een werkmethode: leerkrachten moeten zien wat er gebeurt—en vooral blijven opvolgen.. Pesten stopt niet aan de schoolpoort, ook al weten leerkrachten ondertussen dat cyberpesten vaak doorloopt op sociale media.. De moeilijkheid zit in wat je ermee doet.. De Coninck adviseert niet om automatisch sociale media van leerlingen te monitoren.. Wat wél: blijf de gepeste leerling benaderen, vraag expliciet hoe het gaat, ook weken na het pestgedrag.. Vraag naar de online context, en laat het niet bij één gesprek.

Ook voor ouders ligt de sleutel volgens hem in communicatie.. Jongeren houden soms verborgen dat ze gepest worden om hun ouders niet ongerust te maken of uit schaamte.. Daardoor is het niet vanzelfsprekend om als ouder signalen correct te lezen.. Een goede gesprekkenbasis—zeker niet controlerend, maar wél geïnteresseerd—helpt om sneller te herkennen dat het misloopt.. Veranderingen in gedrag, minder vrolijk rondlopen of een duidelijke terugtrekking over een periode kunnen wijzen op problemen, waarbij pesten een van de mogelijke oorzaken is.

# Pesten in alle vormen en leeftijden

De Coninck waarschuwt ook tegen het idee dat “dé pester” bestaat.. Pesten komt voor in alle groepen, in alle studierichtingen en op alle leeftijden.. Meestal zijn pesters dicht bij het slachtoffer: klasgenoten of mensen die al vroeg vrienden werden.. Dat geldt zeker bij meisjes.. Hij merkt bovendien op dat 16- en 17-jarigen vaker pesten dan 13- en 14-jarigen.. De verklaring zoekt hij in status: naarmate jongeren ouder worden, wint status binnen een groep extra aan gewicht—stoer zijn of populair zijn lijkt dan voor sommigen een doel op zich.

Tot slot: hoe stop je pestgedrag?. De Coninck legt de focus bij de redenen achter het gedrag, met de vraag “waarom doe je dat?”.. Zo’n gesprek moet volgens hem niet draaien rond het slachtoffer.. De motivatie kan liggen in opvoeding, in foute vrienden of in het nadoen van een hardnekkige trend.. Als er een reden te vinden is, kan die ook worden aangepakt.. In veel gevallen is pesten volgens hem een schreeuw om aandacht, maar meestal stopt het pas echt als je zowel de dynamiek als de pesterhulp aanpakt.

In zeldzame uitzonderingen, wanneer kleineren voortkomt uit een sadistische persoonlijkheidstrek, kan een harde sanctionering volgens De Coninck wél nuttig zijn.. Maar dat is geen reden om de hele aanpak daaraan op te hangen.. De vraag die na dit voorstel boven blijft hangen, is eenvoudig én dringend: wil men vooral straffen wat misging, of ook echt ingrijpen in wat pesten laat groeien—in klas, thuis en online?