Defensie-uitgaven NAVO-landen groeiden: ‘niet zo snel’ in decennia

Wereldwijd stegen defensie-uitgaven opnieuw tot bijna 2.500 miljard euro. Europa verhoogt het hardst, terwijl de VS minder uitgaven registreert. Rusland en Oekraïne blijven ook sterk doorgroeien.
De wereldwijde defensie-uitgaven zijn opnieuw gestegen en daarmee is een trend doorbroken die al jaren aan kracht wint.
Afgelopen jaar kwamen de totale militaire bestedingen volgens Misryoum-analyses uit op bijna 2500 miljard euro, een stijging van 2,9 procent ten opzichte van 2024.. Het rapportaire patroon laat zien dat het verschuiven van prioriteiten grote invloed heeft.. Met het wegvallen van de Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne, werd de groei in de praktijk vooral gedragen door Europese herbewapening.
Wat opvalt, is hoe snel Europa de handschoen oppakt.. De 29 Europese NAVO-landen samen gaven bijna 500 miljard euro uit.. Duitsland is daarin de zwaarste speler en was goed voor bijna een vijfde van dat totaal.. In Duitsland ging het om een bijna kwart hogere rekening dan een jaar eerder.. Misryoum ziet hierin een verschuiving van ‘achteraf bijsturen’ naar structureel plannen: waar eerdere jaren nog vaak leunden op tijdelijke programma’s, wijzen deze cijfers op een breder beleidsprogramma richting langere capaciteitsopbouw.
De Verenigde Staten blijven intussen een bepalende factor, maar gaven minder uit dan in 2024.. De VS noteerde ruim 800 miljard dollar en dat is 7,5 procent minder.. Tegelijk ligt de politieke onderstroom niet ver weg: president Trump kondigde al aan de militaire steun aan Oekraïne te willen schrappen.. Of die koers verder wordt doorgetrokken, is een vraag die in Europese hoofdsteden telkens terugkomt, omdat het directe gevolgen kan hebben voor defensiebegrotingen en leveringsschema’s.
Misryoum tekent daarbij aan dat de wereldwijde wapenhandel nog altijd geconcentreerd is.. De VS, China en Rusland samen zijn goed voor 51 procent van het totaal.. Dat geeft de cijfers niet alleen een economische dimensie, maar ook een geopolitieke: als vraag en productie verschuiven, raakt dat landen aan die wapens niet alleen willen aanschaffen, maar vooral ook onderhouden, aanvullen en integreren in bestaande systemen.
Sinds 1953 is de stijging volgens Misryoum niet zo groot geweest.. De snelheid waartegen landen reageren, verklaart ook waarom de verdedigingssector steeds vaker aanloopt tegen hetzelfde spanningsveld: personeelstekorten, schaarste aan componenten en de lange doorlooptijd van grote materieelorders.. Dat maakt de gevolgen van een groeiende defensiedruk niet alleen voelbaar in begrotingscijfers, maar ook in hoe snel een land operationeel kan bijsturen.
In het Russische kamp bleef de militaire besteding toenemen: Rusland steeg met bijna 6 procent.. Oekraïne gaf zelfs 20 procent meer uit.. Beide landen besteden een zeer groot deel van hun economie aan wapens—respectievelijk 7,5 en 40 procent van het bruto nationaal product.. Voor Oekraïne betekent dat dat defensie niet langer een sectorale keuze is, maar een structurele economische realiteit.. Misryoum verwacht dat dergelijke percentages niet alleen de oorlogsdynamiek beïnvloeden, maar ook de ruimte voor herstel en civiele investeringen beperken.
Tegelijkertijd laten de cijfers in het Midden-Oosten zien dat oorlog en defensie niet altijd leiden tot dezelfde uitgavenkoers.. Daar bleven de defensie-uitgaven opvallend genoeg bijna gelijk, mede doordat Israël 4,9 procent minder uitgaf nadat de oorlog in Gaza is geluwd.. Toch blijft Israël nog altijd aan de hoge kant: de uitgaven liggen nog altijd dubbel zo hoog als in 2022.. De trend is dus minder ‘stijgend in snelheid’, maar vooral ‘duurzaam hoog in niveau’.
Voor de komende periode verwacht Misryoum dat de uitgaven opnieuw flink kunnen toenemen.. Niet alleen omdat staten blijven reageren op oorlogen, onzekerheid en wereldwijde onrust, maar ook omdat politieke plannen in Washington doorsijpelen naar de planning van bondgenoten.. Als het biljoenenbudget voor het Pentagon dat bij het Congres is ingediend doorzet, kan dat de mondiale bestedingsdruk verder verhogen—even als de groei dit keer minder scherp was dan vorig jaar, toen de stijging bijna 10 procent bedroeg.