Column: Canawaima te veel vragen, te weinig antwoorden

Bij Canawaima Management Company draaien beschuldigingen, documenten en een veerboot-dossier om elkaar heen. Snelle vervanging van de RvC volgt, maar de kernvragen blijven open.
Er zijn momenten waarop je als journalist niet alleen kijkt naar wat er gebeurt, maar ook voelt dat het ergens wringt.
Bij de afgelopen dagen rond Canawaima Management Company komt precies dat gevoel terug.. Alles wat naar buiten komt, wekt de indruk van een kluwen: losse eindjes, veel vragen en te weinig antwoorden die elkaar logisch opvolgen.. De verwarring begon met een Facebook Live-uitzending van politicus Newara, waarin hij documenten toonde die volgens hem facturen zouden zijn van het reparatiebedrijf Sardha.. Het zou gaan om aanzienlijke bedragen voor werkzaamheden, waaronder aan de defecte veerboot tussen Suriname en Guyana.
In die uitzending werd ook een directe link gelegd met personen binnen de governance van het staatsbedrijf: president-commissaris Richenel Vrieze van de Raad van Commissarissen (RvC) en RvC-lid Edgar van Genderen.. De betrokken commissarissen zeggen echter dat de documenten uit hun bezit zijn ontvreemd tijdens een werkbezoek.. Volgens hen zijn de facturen bovendien nog niet eens bij het management ingediend.. Met andere woorden: volgens de één zijn het concrete stukken die aantonen dat er iets niet klopt, volgens de ander zijn het documenten die buiten hun controle om zijn verdwenen en vervolgens elders zijn gebruikt.
Sardha ontkent intussen dat het deze facturen heeft opgesteld of ingediend.. Ook zou er geen betaling zijn ontvangen.. Elke suggestie van familiebanden of zakelijke verwevenheid met de RvC wordt door het bedrijf resoluut van de hand gewezen.. En toch blijft de belangrijkste vraag hangen: als de facturen niet van Sardha komen, waar komen ze dan vandaan?. Hoe zijn ze in het bezit gekomen van Vrieze?. En als ze niet bij het management waren ingediend, hoe raakten ze dan in omloop?
De veerboot voegt daar nog een dimensie aan toe.. De motor is al maanden defect geweest, terwijl de boot toch in de vaart werd gehouden met een duwboot.. Dat roept vragen op over de timing van onderhoud, verantwoordelijkheid en opvolging.. Het reparatiebedrijf bevestigt wel dat het werkzaamheden aan de motor heeft uitgevoerd, maar wil nadrukkelijk niet worden geassocieerd met de facturen die nu circuleren.. Daarmee blijft het dossier schuren tussen twee werelden: het onderhoud dat wel heeft plaatsgevonden en de administratieve stukken die volgens betrokkenen niet kloppen.
Ook de interne reactie van het personeel en de werknemersorganisatie laat zien hoe snel vertrouwen kan kantelen.. Nadat de kwestie in de publiciteit komt, zegt de vakbond het vertrouwen op in de RvC en dreigt met een staking.. Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme verzekert het personeel dat er wordt ingegrepen.. Binnen twee dagen volgt een ingrijpende stap: de RvC wordt vervangen, nadat ook de terminalmanager zich bij de minister heeft beklaagd over taken die volgens hem bij de RvC zijn blijven hangen in plaats van bij de directie.
Maar zelfs bij die snelle actie ontstaat opnieuw een ongemakkelijke vraag.. Gaat het om bestuurlijke correctie—een noodzakelijke opschoning—of om politieke interventie?. De oude RvC stond volgens de huidige context in sterke relatie tot de coalitie, met interne lijnen binnen de Nationale Democratische Partij.. De nieuwe benoeming komt eveneens uit de coalitie.. Daarmee verschuift de lens van ‘wat er misging’ naar ‘wie er door wie wordt gewisseld’.. Voor publiek vertrouwen maakt dat verschil.. Niet omdat politieke betrokkenheid per definitie verboden is, maar omdat het dossier over integriteit juist vraagt om helderheid, onafhankelijkheid en consequentie.
Er is bovendien een detail dat mensen niet snel wegduwen: op de dag dat de RvC wordt vervangen, is de reparatie van de motor plots afgerond en kan de boot weer zelfstandig varen.. Toeval bestaat, maar het is begrijpelijk dat de timing vragen oproept.. Als het onderhoud feitelijk al langer loopt, waarom werd het probleem dan pas ‘opgelost’ op het moment dat de bestuursstorm losbarst?. En als het onderhoud al eerder afgerond had kunnen zijn, wie bewaakte dan de planning en prioriteiten?
De kern van het probleem is nu breder dan één bedrijf of één ruzie.. Het gaat om goed bestuur bij staatsbedrijven, waar transparantie, verantwoording en integriteit niet vrijblijvend zijn.. Een snelle wisseling van de wacht kan noodzakelijke rust brengen, maar is geen antwoord op fundamentele vragen.. Minister Landveld heeft een onderzoek aangekondigd—dat is in principe een stap in de goede richting.. Alleen: zo’n onderzoek moet onafhankelijk, diepgaand en transparant zijn, anders blijft het enkel een administratieve ingreep die het verhaal niet oplost.
Welke vragen moeten daarbij centraal staan?. Is er sprake geweest van belangenverstrengeling—persoonlijk, zakelijk of familiair—tussen het reparatiebedrijf en Vrieze of anderen in de RvC?. Wie heeft de documenten opgesteld?. Hoe zijn ze precies in het bezit van Vrieze gekomen en via welke route zijn ze in omloop geraakt?. Waarom functioneerde het bedrijf zoals het deed, en op welk moment kwamen signalen—als die er waren—niet terecht bij de juiste verantwoordelijken?. Uiteindelijk draait het om één meetpunt: wie droeg verantwoordelijkheid en wie heeft gefaald, als dat al kan worden vastgesteld.
Sardha heeft inmiddels ook een klacht ingediend bij de politie tegen Newara wegens smaad en laster.. Dat politieonderzoek kan helpen om vast te stellen waar de gepresenteerde facturen vandaan komen en of er sprake is van misleiding, valsheid in geschrifte of een andere vorm van onrechtmatigheid.. Maar zelfs als de juridische uitkomst later volgt, blijft de maatschappelijke behoefte aan antwoord.. Want insinuaties en ontkenningen—hoe hard ook uitgesproken—ondermijnen vertrouwen en maken goed bestuur kwetsbaar.
Daarom kan het dossier-Canawaima niet worden afgesloten met een wissel van commissarissen.. Wat nu nodig is, is duidelijkheid die standhoudt: feiten boven interpretaties, en onderzoek dat niet alleen ‘iets’ onderzoekt, maar de kern blootlegt.. Zolang die kernvragen onbeantwoord blijven, blijft het risico dat staatsbedrijven vooral worden bestuurd als speelbal van politieke belangen in plaats van als instrument van publiek belang—met alle gevolgen voor personeel, middelen en de dienstverlening aan burgers en reizigers die afhankelijk zijn van de veerbootverbinding.