Afschaffen fossiele energie: eerste stappen op top in Colombia

Rond vijftig gelijkgezinde landen sloten in Colombia vooral afspraken over dialoog en onderzoek: routekaarten, een wetenschappelijk panel en doorgaan met toppen. Maar een bindend verdrag blijft omstreden.
Landen die fossiele energie willen afbouwen, hebben op een top in Colombia vooral ingezet op kleine maar concrete stappen. Officiële harde deals bleven uit, maar de route naar afschaffing krijgt wel vorm.
Dialoog in plaats van onderhandelingen
In die werkwijze past ook de mix van sprekers.. Naast landen waren er boeren, vakbondsmensen en zelfs kinderen aan het woord.. Het idee daarachter is eenvoudig: afbouw van fossiele brandstoffen heeft gevolgen voor dagelijks leven, werk en inkomen, en niet iedereen zit aan dezelfde onderhandelingstafel.. Toch maakten deelnemers wél afspraken, alleen niet in de vorm van een bindend wereldakkoord.
Wetenschappelijk panel en routekaarten
Daarnaast gaan landen en regio’s werken aan routekaarten: plannen die aangeven hoe ze naar het stoppen met fossiele brandstoffen willen toewerken.. Frankrijk kwam eerder met een dergelijk plan op de proppen, maar kreeg kritiek omdat het vooral zou leunen op bestaand beleid.. Onder andere daarom is het nu belangrijk dat routekaarten niet alleen op papier goed klinken, maar ook leiden tot maatregelen die op tijd worden doorgezet.
Ook wordt gekeken naar de rol van handel en de financiële sector.. De gedachte erachter is dat een afscheid van fossiele energie niet alleen een klimaat- of energiekeuze is, maar ook een economische omslag.. Als financiële stromen, investeringen en handelsafspraken niet meebewegen, kan afbouw zelfs vertraging oplopen.
Waarom deze ‘coalition of the willing’ nu wél voortgang ziet
De kloof tussen ambitie en realiteit blijft voelbaar in de praktijk: wereldwijd werd de afgelopen jaren juist extra gebruik van olie, steenkool en gas zichtbaar.. Zonne- en windenergie groeiden sneller, maar dat heeft het fossiele verbruik niet gestuit.. Tegen die achtergrond kan een kleinere, gelijkgezinde club aan momentum winnen.. Niet omdat problemen ineens verdwijnen, maar omdat er minder politieke blokkades zijn om te starten.
Voor Nederland en andere Europese landen is die startmomenten aanpak ook een manier om klimaatafspraken van woorden naar uitvoering te brengen.. Minister Stientje van Veldhoven benadrukte dat de contacten goed zijn en sprak de verwachting uit dat andere landen volgen.. In Colombia klonken vergelijkbare geluiden: de gesprekken zouden positief en constructief verlopen, mede door de gekozen opzet.
Maar de sfeer maskeert geenszins dat niet alle landen dezelfde einddoelen nastreven.. Een deel wil een bindend verdrag om afscheid te nemen van fossiele brandstoffen, iets waar Nederland en verschillende Europese landen niet achter staan.. Met andere woorden: de discussie schuift op van ‘of we überhaupt willen’ naar ‘hoe streng en bindend het moet zijn’.. Juist dat spanningsveld zal de komende jaren bepalend zijn.
Komende jaren moet blijken wat er van de ambities terechtkomt.. Veel voorloperlanden wilden al eerder plannen maken, maar stuiten vaak op dezelfde internationale realiteit: overal tegelijk moet het niet alleen wenselijk, maar ook uitvoerbaar zijn.. Voor landen die economisch sterk leunen op fossiele export is dat geen kleine schijnbeweging; het vraagt tijd, investeringen en een sociaal vangnet.. Voor staten die kwetsbaar zijn voor klimaatimpact is het urgentieprobleem anders van aard, maar niet minder pijnlijk.
# Tuvalu en Ierland houden volgende top: inzet rond voortbestaan
In de praktijk zal de waarde van de routekaarten en het wetenschappelijke panel vooral in de uitvoering zitten.. Het gaat dan om vragen als: welke sectoren krijgen prioriteit, hoe worden kosten verdeeld, en hoe wordt voorkomen dat de omslag vooral bij burgers neerkomt.. Zelfs als bondgenoten elkaar vinden in dialoog, bepaalt de stap naar harde keuzes of de afbouw echt versnelt.
De kern van deze Colombia-top is daarmee dubbel: weinig spectaculaire afspraken, maar wel een structuur om verder te bouwen. En in een dossier waar eerdere klimaattactiek vaak vastliep, kan elke extra stap richting planning en kennisdeling het verschil maken.